De nederlaag in de EK-finale kwam hard aan bij Janneke Schopman. Veel meer dan twee jaar geleden was Oranje volgens haar in staat geweest om Duitsland partij te geven. ‘We zijn in ieder geval niet weggespeeld’, probeerde Schopman het zilver na afloop glans te geven.
‘We waren er heel dichtbij’, constateerde Schopman na afloop van de verloren finale. ‘Maar’, zo moest ze ook eerlijk toegeven, ‘Duitsland was net wat slimmer dan wij waren. Het bleef lang 3-2 en we hebben er alles aan gedaan om de 3-3 te maken. Toen dat niet lukte en Duitsland de 4-2 maakte, was het over. Dan weet je gewoon dat ze het niet meer uit handen geven.’ Onder druk zetten Schopman vertelde dat voorafgaand aan de finale binnen het team de overtuiging leefde dat Duitsland te verslaan was. ‘We hebben als enige ploeg tijdens dit toernooi gedurfd om Duitsland onder druk te zetten. Daar schrokken ze van.’ Schopman verklaarde daarmee de goede start van Nederland. In de tweede minuut opende Schopman zelf de score vanuit een strafbal. Naarmate de finale vorderde, nam Duitsland echter steeds meer het heft in handen. De 4-2 van Anneke Böhmert, drie minuten voor het eindsignaal, was het breekpunt. Gat dichten Op de vraag hoe Nederland in de toekomst het gat met Duitsland kan dichten, is Schopman duidelijk. ‘We moeten gewoon vaker tegen ze spelen, dan kunnen we beter worden. Twee jaar geleden wonnen we maar nét van Frankrijk, dit jaar winnen we in de voorbereiding twee keer heel dik. We hebben in twee jaar tijd veel progressie geboekt. Om de laatste stap te zetten, moeten we vaker wedstrijden als deze finale spelen.’ (DvdB) |